Home
De stichting
De muziek
De geschiedenis
Agenda
De kerk
Nieuws
Links
Contact
Inloggen
Mahler III februari 2010 Trouw

KCO's derde symfonie van Mahler staat als een kathedraal.

 

Klassiek

Mahler 3, door Koninklijk Concertgebouworkest,

Bernarda Fink (mezzosopraan),

Groot Omroepkoor, Jongens

van het Sacramentskoor Breda, Jongenskoor

Rijnmond o.l.v. Mariss

Jansons. Wo 3/2 in Concertgebouw

Amsterdam. Herhaling vanavond

(uitverkocht). Uitzending Radio 4:

14/2 om 14.15 uur

Met de Derde symfonie van Gustav

Mahler begon ruimhonderd jaar geleden

de innige band met het Concertgebouworkest

(toen nog niet

koninklijk). Toen de toenmalige

chefdirigent Willem Mengelberg

Mahler zijn eigen Derde zag en hoorde

dirigeren, was hij verkocht. Mengelberg

introduceerde de Oostenrijker

in Amsterdam.

De rest is geschiedenis. Maar wel

een die tot op heden voortduurt. In

de serie Mahler+ voert het Koninklijk

Concertgebouworkest (KCO) van

2009-2011 onder een aantal dirigenten

van naam alle symfonieën van

Mahler uit. KCO-chefdirigent Mariss

Jansons neemt de monsterbezettingen

voor zijn rekening, symfonieën

waarin behalve een uit de kluiten gewassen

orkest, vocalisten figureren.

In december voerde Jansons een

magische Tweede uit en maart 2011

neemt hij de Achtste onder zijn hoede.

Woensdag leidde hij in een afgeladen

en ademloos geconcentreerde

grote zaal het enorme apparaat van

uitgebreid orkest, koren, mezzosopraan

(en verre posthoorn) diezelfde

Derde waarmee het in 1903 begon.

De Derde is waarschijnlijk het

meest complexe en raadselachtige

werk dat Mahler schreef. Hoewel de

titels boven de zes delen eenvoudig

zijn (respectievelijk: de zomer marcheert

binnen, wat de weidebloemen

/ wouddieren / nacht / ochtendklokken

/ liefde me vertellen), leidt

de componist de luisteraar in een

uur en drie kwartier door een dicht

woud van verwijzingen en zijpaden.

Uiteindelijk reikend naar God, die

woensdag in het laatste deel liefdevol

Zijn licht liet stralen in warmheldere

koper- en strijkerskleuren.

Zoals mezzosopraan Bernarda

Fink in december het ’O Röschen

roth’uit de Tweede zong als een oase,

zo voerde ze het vergelijkbare ’O

Mensch! Gib Acht!’ (deel vier) toverachtig

en naturel uit; met een timbre

als zoete room boven een verstild

zoemend orkest. Dat leek beierend

te ontwaken in het ge-’bimm-bamm’

van het voortreffelijke jongenskoor

in het vijfde deel: prachtig naïef en

vooruitwijzend naar de primaire

kleuren van de Vierde symfonie.

In de openingsmars trok Jansons

het orkest prachtig van de donkerte

naar het licht, uitmondend in een

triomfmars die in een slotgalop

mooi over de kop ging. Eenzaam en

van ver zong Frits Damrow de

posthoornsolo in het derde deel.

KCO is eigenlijk altijd top, maar je

merkte aan details dat de Derde zich

nog moest zetten in het orkest. Er

waren kleine intonatieproblemen

bij de blazers en het KCO speelde

vooral in de begindelen wat voorzichtig.

Desondanks stond de Derde

als een kathedraal.

Anthony Fiumara

TR 05-

 

 

 

 
Â